Vorig jaar kickte ik voor de zoveelste keer af van mijn cafeïneverslaving. Want: ik merkte dat ik er té gevoelig voor ben, en het teveel negatieve effecten in mijn leven heeft.
Ja, ik heb links en rechts weleens wat koffie, cola of groene thee gedronken. Maar ik ben niet meer verslaafd geweest.
Tot ik deze zomer op reis ging naar Thailand.
Want ik ben dan wel gestopt met cafeïne, ik ben nooit gestopt met koffie. Mijn dagelijkse décaf haverlatte is een geneugte waar ik geen afstand van wil doen. En dit verlangen speelde me al snel parten toen ik in Thailand arriveerde.
”Sorry, no, we have no décaf, sorry!”
Dit ging één dag goed. Dan maar water. Of bloedhete gemberthee. Op dag twee ontdekte ik dat de Starbucks wel décaf had. Prima. So far, so good.
Maar zodra het teenslipperleven begon en we aankwamen op de paradijselijke eilanden bleek het voor mijn décaf-latte-gewoonte allesbehalve idyllisch.
Het was echte koffie, of géén koffie.
Dus ja. Dan maar echte koffie. En als ik er dan eentje op heb en lekker in die ‘lift’ zit, is dat tweede bakkie óók wel lekker.
Voor ik het wist zat ik weer in de cafeïnemolen. Verslaafd, afhankelijk. Ik liep zelfs weg bij een ontbijtzaakje omdat de koffiemachine stuk was! Want een bakkie missen betekent hoofdpijn.
Zucht.
Het voordeel was dat ik op vakantie was. De toegenomen onrust in mijn lijf werd gecompenseerd door hangmatten, zwembaden en wuivende palmen. Dus niets aan de hand. Maar na vier weken lang elke dag twee koffie, kwam ik weer behoorlijk verslaafd thuis.
Ik zag de bui al hangen. Ik zou geen zin hebben om weer af te kicken, en het voor me uit blijven schuiven, en de komende maanden half-gestrest, half-genietend aan het cafeïn-einfuus blijven hangen. En mezelf voorhouden dat ik ‘binnenkort’ echt weer zou stoppen.
Maar wat er thuis gebeurde verraste me.
In plaats van dat ik er tegenop zag om de cafeïne ‘op te geven’, keek ik er – gek genoeg – naar uit om weer af te kicken. Om weer mezelf te worden.
Ik had nu ruim een jaar ervaren hoe lekker het voelt om niet op die cafeïnetredmolen te zitten. Niet opgejaagd, geen zwetende handen, geen droge ogen. Om relaxter in mijn vel te zitten.
Mijn décafjaar heeft mij omgevormd tot een décafpersoon. Een décafpersoon die een maandje cafeïne heeft gebruikt. Ik begon op een natuurlijke manier rustig af te bouwen. En ik merkte meteen het verschil. Ik kreeg meer geduld, sliep dieper, droomde meer en kreeg minder onrust en spanning in mijn lijf.
En het zette me ook aan het denken over wat dit betekent. Ik heb aan mezelf bewezen dat ik een diepe, ingesleten gewoonte, verslaving én identiteit (als koffieliefhebber) daadwerkelijk van me af kan schudden.
In het afgelopen jaar ben ik een ander mens geworden. Mijn identiteit is veranderd. Toen ik vorig jaar begon was ik een koffieliefhebber die een tijdje geen cafeïne dronk. Deze zomer was ik een décaf-persoon die besloot een tijdje echte koffie te drinken.
Een wereld van verschil. En een compleet andere uitkomst.
Veranderen is uitdagend. Vorig jaar was niet mijn eerste lange periode zonder cafeïne. Ik viel altijd terug. Maar dit keer is het gelukt.
Je verandert pas echt als je vanbinnen bent veranderd. Dat kost tijd. Dat kost vaak meerdere pogingen. Het betekent dat je probeert en terugvalt, soms wel tientallen keren.
Als ik één ding heb geleerd, is dat ik gewoon stug moet blijven doorgaan met wat ik wil veranderen in mijn leven. Zo ben ik een ‘schrijver’ geworden. En als ik blijf sporten word ik vanzelf een ‘sporter’. Terugval hoort erbij, opnieuw beginnen ook. Met iedere poging leer je bij, word je beter, verander je een beetje. En op een dag klikt er iets, en ben je permanent veranderd.
Dan ben je een ander persoon geworden.

