Burn-outs zijn verrassend leerzaam. Mijn burn-out in 2020 (ik noemde het toen nog keurig overspannenheid) heeft me bijvoorbeeld enorm veel gebracht. Maar makkelijk was het niet altijd.

In de zomer van dat (ellendige) jaar vertrokken we naar Frankrijk. Het was een rare reis (want corona), maar we vonden een leuk houten tiny house op een boerderij. Met een veranda met uitzicht op wuivende bomen en grazende paarden.

Jake op de veranda van het tiny house in Frankrijk, zomer 2020Jake (onze zoon) was ruim een jaar en deed nog graag een middagdutje van twee uur. En mijn man Billy dutte met hem mee, want we hadden allemaal vreselijk slecht geslapen door de woelige nachten op het aircoloze zoldertje van dat kleine houten huisje midden in deze Franse hittegolf.

Ik zat ruim een maand in mijn herstel, met ups en downs. Ik voelde me al wát beter, maar ook nog ontzettend onrustig en vaak somber. Ik was ook vreselijk moe. Uitgeput. Niet zozeer slaperig, maar echt opgebrand – ergens diep vanbinnen – moe op een manier die ik inmiddels heb leren herkennen als een alarmsignaal.

Normaal gesproken zou ik op dit soort momenten lekker ‘aan de slag’ gaan. Journalen, lezen, mediteren, sporten. Dingen doen en leren om me weer beter te voelen.

Maar ik had de puf niet. Dus ik ging zitten op de strandstoel in de schaduw op de veranda voor het huisje. En ik keek voor me uit. Ik legde mijn notitieboekje naast me, voor het geval dat. Maar ik kon mezelf er niet toe zetten om iets op te schrijven. En wat viel er nog te schrijven? “Ik voel me belabberd, ik weet niet wat ik met mezelf aanmoet, ik voel dat ik gefaald heb, ik stel iedereen teleur, ik ben niet goed genoeg…” Nee, ik voelde dat ik dat station wel was gepasseerd.

Ik besloot iets nieuws te doen. Ik zou deze twee uur gebruiken om gewoon te staren naar de wuivende bomen. Met mijn favoriete jazz playlist op de achtergrond op de Bluetooth speaker. Niet nadenken, geen plannen maken. Gewoon zitten. In die strandstoel in de schaduw. Omhuld door de dikke, warme, Franse lucht vol paardenvliegen.

Het uitzicht vanaf de veranda: het weiland, de paarden en de wuivende bomenHet voelde onwennig, en ook spannend. Ik zakte dieper in de stoel en begon ‘niets te doen’. Ik keek naar de paarden die zich gestaag door het hoge gras heen graasden. De wuivende bomen achter het weiland. De zwaluwen die zachtjes piepten en rondjes vlogen boven de heuvels achter die bomen.

Ik liet me omhelzen door die jazz playlist die ik al weken luisterde. Rustig, warm, vertrouwd. En ik voelde mijn lichaam. De vlieg op mijn knie, die ik rustig liet zitten omdat het toch geen zin had om hem weg te wuiven. Er zouden er nog tientallen volgen. Ik rook aarde, groen, vuur, mest – het Franse platteland.

En ja – ik zag de gedachten. De brei van ellende die me zo had beziggehouden de afgelopen maanden. Er waren meer gedachten dan vliegen, viel me op.

Zorgen, ‘wat als’-gedachten, herinneringen, gevoelens, onmacht, verdriet, teleurstelling en zoveel angst. De angst dat ik niet goed genoeg ben. Dat ik Jake tekortschiet als vader. Dat ik een hypocriete faalhaas ben die nu nooit meer iets mag schrijven over ‘leuker leven’ omdat ik het zelf niet voor elkaar krijg.

Hartslag hoog, (nog meer) zweet, ongemak, stress. Maar ik hield vol. In plaats van weg te duiken in een dutje of een snack deed ik niets met de ellende. Ik observeerde alleen.

Het was alsof ik door een spannende, lawaaiige tunnel reed en mijn ‘nietsdoen’ me in beweging hield. Stug ging ik door. Ik bracht mijn aandacht terug naar de wereld, naar mijn ademhaling, de vlieg op mijn knie, de zwaluwen, de paarden.

En plotseling merkte ik hoe het einde van die tunnel in beeld kwam. Het begon lichter te worden, het beeld werd breder, het lawaai dempte naar de achtergrond.

De onrust, angst en ellende maakten plaats voor ruimte. Voor rust. Mijn brein had zich overgegeven aan mijn stugge voornemen om niets te doen.

Ik was nu in onbekend terrein.

Ik bleef staren naar die wuivende bomen. Badend in een nieuw gevoel van rust, overzicht en lichtheid. Het klinkt misschien gek, maar voor mijn gevoel waren deze twee uur een keerpunt in mijn herstel.

Het was alsof ik achter de schermen had gekeken bij een knappe illusionist. Ineens realiseerde ik me dat die angst, die paniek, al die stress en zorgen niets meer waren dan een truc. Precies zoals een spookhuis niet eng meer is zodra de tl-verlichting wordt ingeschakeld en je alle motortjes en draadjes ziet lopen.

Een goede illusie werkt alleen als de toeschouwer meewerkt. Ik zag dat ik de illusie van ellende zélf in stand hield door weg te rennen van mijn gevoelens. Mijn weerstand hield de ellende in stand.

Zodra ik de moed opbracht om er gewoon mee te ‘zijn’, bleek het allemaal gebakken lucht. Gedachten die komen en gaan. Sensaties in het bewustzijn. Als een vlieg op de knie.

Ik voel me dankbaar voor alles wat ik leerde in die twee uur, en in de weken en maanden erna. Een burn-out kan je veel brengen als je ervoor openstaat. Een hoopgevende gedachte als je nu midden in die ellende zit. De tunnel is niet eindeloos, en je beweegt vooruit door te ontspannen, te aanvaarden, te zijn en de moed op te brengen om af en toe helemaal ‘niets te doen’.