Jezelf verbazen

Moe maar voldaan. Zo voelt het als je jezelf uitdaagt om meer te doen dan je normaal gesproken doet. Je bent blij verrast en verbaasd over hoeveel werk je kunt verzetten als alles op zijn plaats valt.

Toen ik begin dit jaar gefocust werkte aan mijn eBoek Financieel Onbezorgd Leven, genoot ik van dagen waarop ik meer dan 6.000 woorden op het scherm zette. Dat schiet lekker op, en het geeft een ontzettend fijn gevoel om lekker vooruit te komen.

Je kunt echt meer dan je denkt. Hoe krijg je dat voor elkaar? Hieronder vind je zes tips om meer uit je handen te krijgen.

1. Start met focus

Het idee is dat je een sprint gaat trekken. Je gaat in een korte periode alles geven dat je in je hebt, om een vooraf gedefinieerd project af te ronden.

Met andere woorden: deze fase van hyperproductiviteit is tijdelijk. Dat is ook belangrijk, omdat je jezelf anders in een burnout werkt.

Gebruik een concreet project voor jouw sprint. Een project met een duidelijke (desnoods zelfopgelegde) deadline. Iets waar je geïnspireerd van wordt, iets dat je blij maakt of vooruit helpt richting je doelen.

Zelf trek ik regelmatig sprintjes:

  • Voordat ik op reis ga, dan plan ik tot wel drie maanden aan artikelen in.
  • Wanneer ik een nieuw eBoek ontwikkel dan trek ik hier een vaste periode voor uit.
  • Met het afronden van technische projecten, zoals het lanceren van de nieuwe website vormgeving of het overstappen naar een snellere server.

Werkgerelateerde sprintjes liggen voor de hand. Een andere leuke sprint is klussen in huis, of het afwerken van een waslijst aan kleine taken in en rond het huis.

Ik zie er bijvoorbeeld best tegenop om de pui van het kantoor te schilderen. Als ik dat echter onderdeel maak van een sprint, dan is die pui waarschijnlijk zo gepiept. Dat geldt ook voor het verbouwen van de keuken. Het lijkt me een naar project, totdat ik het als een sprintje zie. Wat als ik me een week lang hélemaal inzet? Dan is die keuken gewoon af aan het einde van de week.

Ontwerp jouw sprintje op basis van een goed afgebakend project.

2. Spreek af wanneer je klaar bent

Kenmerkend aan een sprint is dat het van korte duur is. In tegenstelling tot een marathon. Het is dus belangrijk dat je een einddatum instelt, de finish.

Deze deadline voorkomt niet alleen dat jezelf in een burn-out werkt. Het inspireert je ook om er nog een tandje bij te zetten. Zodat je jezelf echt verbaast over je output.

Begin dit jaar schreef ik de eerste draft van het eerder genoemde eBoek in een vakantiepark waar ik een midweek werkretraite had geboekt met mijn vriend. Ik had met mezelf afgesproken dat de volledige eerste draft af moest zijn na die vier nachten. De deadline was duidelijk, het was een hoop werk en dat inspireerde me om goed te plannen en hard te werken.

Datzelfde geldt ook voor de datum waarop ik in het vliegtuig stap voor een reis van twee maanden. Ik wil niet moeten schrijven als ik op reis ben, dus de boel moet af.

Bedenk een deadline voor jouw sprint en respecteer die deadline. Juist vanwege de tijddruk ga je sneller en meer gefocust werken.

3. Laat je niet afleiden

Je kunt je focus alleen vasthouden als je niet constant wordt afgeleid. Als je begint met een sprint, is het belangrijk dat je afleidingen weet buiten te sluiten.

Dat geldt niet alleen voor de afleidingen die je zelf opzoekt (zoals Facebook), maar ook die van je vrienden, collega’s en familieleden. Het is slim om jezelf echt even te isoleren, om je leven even simpel te maken.

Om die reden zie je vaak dat startups zichzelf opsluiten in het kantoor, pizza bestellen en niets anders doen dan werken. Op die manier kunnen ze met volledige focus werken, en kunnen ze hun product op tijd de deur uit krijgen.

Dat is ook de reden dat ik mezelf in een vakantiepark neerzette. Geen WiFi, nauwelijks 3G, geen vrienden die vragen of ik iets leuks wil doen vanavond omdat ze weten dat ik weg ben. Alleen een laptop, een wit scherm en een knipperende cursor.

4. Duw jezelf door

Simpel: spreek met jezelf af dat je pas stopt als je twee keer hebt doorgeduwd. Dus op het moment dat je moe wordt en wilt stoppen duw je jezelf door. Dat doe je ook de tweede keer dat je wilt stoppen. Bij de derde keer sta je jezelf toe om te stoppen.

Het punt is dat ons brein constant trucs verzint om te stoppen met moeilijk werk. Wanneer het werk even iets lastiger wordt, dan is het ontzettend aantrekkelijk om te stoppen. Wanneer je jezelf dan even doorduwt merk je vaak dat je over die moeilijke bobbel heen komt, en wordt de neiging om te stoppen kleiner.

Je bouwt deze maatregel in om zelfsabotage te voorkomen. En je gebruikt hem alleen rondom moeheid en uitputting. Niet omdat een vriend heeft gevraagd of je mee gaat naar de bios. Want dan is het logisch dat je tot drie keer toe geen zin hebt om verder te werken.

Om je sprint met een voldaan gevoel af te ronden is het belangrijk dat je een beetje discipline hebt. Door dit soort afspraken op voorhand met jezelf te maken, heb je minder wilskracht nodig op het moment dat het moeilijk wordt. Je hoeft je alleen aan je afspraak te houden.

5. Daag jezelf uit

Plan je dagen, breng het werk in kaart en spreek met jezelf af wat je gedaan wilt krijgen per dag. En daag jezelf hierin uit. Als je normaal 3.000 worden op het scherm krijgt, probeer er dan eens 5.000 van te maken.

Als je van plan bent om twee functies te programmeren, doe er dan nog iets extra’s bij. Als je denkt dat je anderhalve dag nodig hebt voor het tegelen van de badkamer, doe het dan in één dag.

Door jezelf uit te dagen werk je harder. Het is leuk om aan jezelf te bewijzen dat je meer kunt dan je dacht. En het geeft je een enorm gevoel van voldoening en trots als je het voor elkaar krijgt. Om teleurstelling te voorkomen kun je een minimum met jezelf afspreken.

Bijvoorbeeld: ik ben al succesvol als ik 4.000 woorden schrijf vandaag. Maar ik ga voor de 6.000 woorden. Op die manier voorkom je dat je jezelf teleurstelt waardoor je motivatie zakt. Je wilt constant het gevoel hebben dat je succesvol bent, want dan krijg je zin om verder te werken.

6. Neem tijd om te herstellen

Een sprint is tijdelijk. En het is belangrijk dat je na de sprint niet vervalt in een marathon. Als de sprint is afgelopen, is het tijd voor rust. Je moet even herstellen van de druk die je jezelf hebt opgelegd. Work hard, play hard.

Dit is belangrijk, want dit zorgt er ook voor dat je de sprint positief afsluit. Als het goed is heb je je deadline gehaald. Je voelt je trots en voldaan, en nu mag je rusten. Dat is een heerlijk gevoel.

Neem ook tijdens je sprint kleine momenten van herstel. Toen ik aan het schrijven was in het vakantiepark, gingen we iedere avond chillen in het zwembad. Ik zorgde ervoor dat ik mijn doel voor de dag voor 16:00 had bereikt. Als dat lukte, was het daarna tijd voor de grote beloning: Lekker in het bubbelbad met het fijne gevoel dat ik een hele berg werk had verzet. En vooruit, een paar rondjes van de wildwaterbaan.

Geef jezelf kleine beloningen tijdens je sprint en neem de tijd om bij te komen als je klaar bent. Op die manier wordt het leuk, overtref je je eigen verwachtingen, voel je je geweldig en kun je haast niet wachten om jezelf opnieuw uit te dagen.

En om nog even een soort reden te geven voor de foute pauwenfoto bij dit artikel: Je voelt je zo trots als een pauw. Zo. Is dat ook weer uit de wereld.

Meer tips om gedisciplineerd te werken?

Je hebt een gezonde dosis discipline nodig om een werksprint succesvol te kunnen afronden. Zou je graag meer discipline willen ontwikkelen? Bekijk dan mijn praktische eCursus met tientallen handige tips die je supersnel gedisciplineerder maken.

Bekijk de eCursus voor meer discipline…

Ontvang gratis tips om je leven leuker te maken!

Maak elke week steeds leuker met mijn gezellige maandagmorgen nieuwsbrief! Ruim 140.000 mensen gingen je voor! 😁

Goed om te weten
Je ontvangt elke maandagochtend versgelegde inspiratie en af en toe een extra update. Je kunt je altijd uitschrijven. Door op de knop te drukken ga je ermee akkoord dat we je gegevens met zorg en liefde verwerken volgens onze privacyverklaring. 💛