Moeilijk – totdat het ineens makkelijk werd

In 2014 schreef ik in mijn dagboek dat ik graag vegetarisch wilde eten. Maar ik kreeg het niet voor elkaar.

Ik at niet veel vlees. Billy en ik waren al overgestapt op een when-at-home-vegan protocol, waarbij we afspraken geen dierlijke producten in de supermarkt te kopen.

Dat werkte voor 90% (koekjes en kaascroissants bleken lastig te weerstaan), maar vlees kwam er vanaf die tijd sowieso niet meer in. Voor buiten de deur had ik mezelf geen regels opgelegd, behalve een voornemen om plantaardig of vegetarisch te eten.

Dat lukte vaak. Dan was ik sterk genoeg om kipsaté te weerstaan, en een vegaburger te kiezen. Of de garnalen in de Thaise curry te vervangen voor tofu.

Maar vaak lukte het ook niet om vlees te laten staan. Op feestjes bijvoorbeeld. Met chorizoworst. Of Italiaanse ham. Of goddelijke garnalensalades.

En toen gingen we naar India. En omdat ik het jaar daarvoor in Thailand en Myanmar een paar keer de nacht door moest brengen op de vloer naast het toilet, besloot ik het anders aan te pakken. Geen vlees voor drie maanden. Om te zien hoe het bevalt.

En het beviel. Ik at mijn laatste stukje vlees op 3 februari bij mijn schoonmoeder en vertrok 5 februari 2016 richting India. Dit zijn de lessen die ik leerde in mijn eerste jaar als ‘vegetariër’.

1. Vegetarisch eten blijkt makkelijker dan ‘minder vlees eten’

Wie had dat gedacht! Jarenlang heb ik mijn vleesconsumptie verminderd. Maar totdat ik het echt ‘opgaf’ was het altijd weer een afweging die ik moest maken.

Dat hoeft nu niet meer.

  • In de horeca heb je als vegetariër vaak minder keus. Ik check de vegetarische opties en maak mijn keuze in een paar seconden.
  • Mensen hebben soms medelijden met me dat ik de dubbele cheeseburger niet kan nemen. Maar ik ben oprecht gelukkig met pasta met paddenstoelen, omdat ik gek ben op groente.
  • Ik hoef niet meer met mezelf te vergaderen of ik nu wel of niet voor de kipsaté zal gaan vandaag. Geen vlees is geen vlees, makkelijk zat.

Minderen met vlees klinkt makkelijker, omdat je altijd een slag om de arm houdt. Maar ik merkte dat het mijn leven moeilijker maakte. Want als je gewoon vlees eet, waarom zou je dan níet voor die dubbele cheeseburger gaan. Waarom zou je jezelf dan ‘tekort doen’ en gaan voor de groentequiche?

Precies. Nu ik de keuze al heb gemaakt voor mezelf ben ik prima tevreden met die quiche.

2. Mijn omgeving moest meer wennen dan ik

Ja – dat had ik niet verwacht. Ik was altijd van de afdeling: ik wil anderen niet lastigvallen met mijn eetpatroon. Maar nu ik fulltime vegetarisch wilde eten, moest ik mensen toch vragen om rekening met me te houden.

En omdat ik al jaren 80% vegetarisch at, dacht ik dat dit geen problemen zou geven. Nou, ik had me vergist. Een aantal mensen in mijn omgeving moest echt even wennen aan het idee.

En het is ook begrijpelijk. Het heeft iets gezelligs om gewoon allemaal hetzelfde te eten. En daarbij voelen sommige mensen de keuze die ik voor mezelf maak misschien als bedreigend voor hun eigen levensstijl.

Maar goed. Het is wat het is. En ik hoef er niet over te discussiëren. Ik laat hen zijn zoals ze zijn en ik blijf bij mezelf. “Ik voel me fijner als ik geen vlees eet, en daarom wil ik het niet eten.”

Simpel zat.

3. Ik maak me minder druk om voeding

Natuurlijk kun je ontzettend ongezond eten als vegetariër. Maar ik deed altijd al mijn best om veel groente te eten. En nu vlees van het menu is, krijg ik automatisch nóg meer groente binnen.

Automatisch, omdat ik mijn best doe om niet teveel zuivel en eieren te eten. En het resultaat is dat ik me minder druk hoef te maken over mijn voeding. Ik moet tegenwoordig mijn best doen om weinig groente binnen te krijgen. En dat voelt best fijn.

4. Op gewicht blijven is veel makkelijker

Vlees bevat onwijs veel calorieën. Alle dierlijke producten zijn vrij calorierijk. Kaas, room, melk en eieren zijn meestal rijker dan de plantaardige producten waarmee je ze doorgaans vervangt (zoals amandelmelk, peulvruchten, avocado en tofu).

En doordat ik meer plantaardigheden eet krijg ik veel meer vezels binnen. Ook eet ik meer peulvruchten, wat er letterlijk aan bijdraagt dat ik bij de volgende maaltijd minder honger heb.

Ik blijf makkelijk op gewicht. En ondertussen eet ik gewoon mijn buikje rond. Want ik ben geen fan van honger.

5. Ik ben minder ziek geworden

Ik weet het, dit is anekdotisch bewijs. Maar ik zet het er toch tussen, omdat het me opvalt. De laatste keer dat ik ziek werd was in Delhi – omdat… tja, Delhi.

Maar sindsdien voel ik me gezonder dan ik me in jaren gevoeld heb. Ik heb vrij gevoelige darmen, en heb zelfs een paar jaar last gehad van prikkelbare darm syndroom (PDS). Maar m’n darmen werkten in 2016 soepeler dan ik me kan herinneren sinds jaren.

En op een flinke Halloween party kater na (pffff), ben ik niet ziek geweest. Ik heb wel één of twee dagen gesnotterd, en heb een keer een dutje gedaan omdat ik wat hangerig was. Maar dat was dan de dag daarna weer over.

6. Plantaardig koken wordt steeds makkelijker

Ja joh – piece of cake. Het punt is: we koken allemaal maar een paar roulerende gerechten. En wanneer je deze carousel eenmaal hebt aangepast met plantaardige favorieten, dan kost het nauwelijks nog moeite.

Ik haal andere producten in huis dan vroeger. En ik maak andere recepten. Vroeger deed ik kaas op mijn brood, nu doe ik er hummus, verse spinazie, wat lijnzaad en misschien wat edelgist op.

Jaren geleden gooide ik kiloknaller kip door m’n curry. Nu kies ik voor grof gesneden champignons of tofu. Als ik trek heb in granola met yoghurt, dan kies ik plantaardige yoghurt.

Echt – het is makkelijk. Het is gewoon even wennen en aanpassen. Maar ik denk er niet eens meer over na.

7. Ik hoef ‘vlees’ niet op te geven

Sommige mensen zijn er fel op tegen, maar ik ben gek op vleesvervangers. Niet voor iedere dag. Maar gewoon voor af en toe – als comfort-food.

Ik voel me alleen maar blij en dankbaar dat ik de sensatie van kipsaté kan ervaren zonder dat er een kip aan te pas komt. Of even snel een zalige burger in elkaar kan zetten die nooit heeft geloeid.

Vleesvervangers zijn minder gezond dan peulvruchten of paddenstoelen, maar minder ongezond dan ‘the real thing’ (minder verzadigde vetten en caloriën). En soms is het gewoon lekker om de gerechten te eten waarmee ik ben opgegroeid (zoals bloemkool met verse worst), zonder dat er iets voor hoeft te sterven.

8. Er is meer ruimte voor compassie

Ik merk dat mijn houding ten opzichte van vlees is veranderd.

Waar ik het vroeger simpelweg zag als ‘voedsel’, zie ik het nu meer voor wat het is: stukjes dood dier. Als het lichaam van een wezen dat er niet voor heeft gekozen om te sterven.

Nu zal je mij geen ‘MOORD’ horen schreeuwen als iemand zijn tanden in een beefburger zet (ik begrijp dat het hele thema complexer en genuanceerder is dan dat) – maar ik kijk écht met andere ogen naar de vleesafdeling.

Ik merk dat er meer compassie is gekomen richting leven, in alle vormen. Jarenlang wilde ik eigenlijk geen vlees eten, omdat ik het totaal niet eens was met de praktijken die achter de schermen spelen. Maar het lukte me niet, en dat maakte me een hypocriet. En dat besefte ik maar al te goed.

Die schuldgevoelens maakten alles troebel. En nu de meeste ruis uit de weg is, blijft er compassie over. En dat voelt fijn. Omdat het me ook beter in staat stelt om anderen lekker te laten zijn zoals ze zijn – ook als ze gewoon vlees eten.

9. Vegetarisch eten is veiliger in de keuken

Er zijn geen vlees bacteriën in mijn keuken. Ik kan mijn mes en snijplank even afspoelen en weer gebruiken. En kliekjes blijven langer goed. En dat is fijn. Want sinds Billy is begonnen met foodbloggen hebben we altijd eten in de koelkast en de vriezer.

Geen zorgen om salmonella, diarree of andere ellende. Geen verhoogde kans op blaasontsteking omdat we kip snijden in de keuken (ieuw). Het enige waar we rekening mee moeten houden zijn linzen, en de scheten die erop volgen.

Maar weet je wat ik ook heb geleerd? Hoe meer linzenscheten, des te gelukkiger je goede darmbacteriën zijn. En zo erg stinken ze niet – dus ik ben maar gewoon dankbaar dat m’n vrienden daar binnen zo hard werken om mij gezond te houden.

Zo zie je maar. Het eerste jaar van een vegetariër zit vol vezels en verrassingen. Ik kijk al uit naar jaar twee!

Beginnen met vegetarisch eten?

Je kunt het op twee manieren doen: cold-tofu of geleidelijk afbouwen.

Ik heb mijn vleesconsumptie (en de consumptie van andere dierlijke producten) jarenlang afgebouwd, waardoor de uiteindelijke overschakeling niet zo schokkend was.

Maar zoals ik eerder aangaf, de knoop doorhakken maakt het leven uiteindelijk wel iets makkelijker.

Hoe dan ook, in dit artikel vind je tips om de overgang naar minder vlees eten (of volledig vegetarisch/plantaardig eten) zo makkelijk mogelijk te maken.

Ben je op zoek naar inspiratie?

Billy deelt dus veggie comfort food op billybilly.nl. Hij plaatst veel recepten die we thuis eten, en houdt alles zo simpel mogelijk.

En mijn goede vriendin Sarra schakelde tijdens mijn reis in India op een volledig plantaardig eetpatroon. Zij blogt o.a. als vegan patissier op Gewoon Lekker Groen met vegan remakes van Heel Holland Bakt recepten en andere goddelijke baksels die ik vaak mag proeven.

Tot slot is er natuurlijk Merel van de Groene Meisjes waar ik zo nu en dan plantaardigheden mee verorber in Rotterdam.

Joh – voor je het weet vraag je je af waarom je ooit vlees nodig had om lekker te eten. :)

Schrap deze 3 dingen - maak je leven direct leuker

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief, en ontdek direct welke 3 dingen je nu kunt schrappen om je leven vandaag nog leuker te maken.

Ben je benieuwd wat het is?